Robbert aan het schrijven by Stinkfinger producties

21 juli 2010

Impressie Waalkensproject - door Robbert Welagen

Het Waalkensproject is een eerbetoon aan Albert Waalkens, de Groningse boer en kunstinitiator, die vanaf de jaren 60 van de vorige eeuw kunstenaars uitnodigde op zijn land. Elf jonge kunstenaars en kunststudenten uit werken, 2 weken, op 5 locaties in Het Groene Woud. In koppels, laten ze zich inspireren door (de geest van) de plek en realiseren een tijdelijk kunstwerk. Presentaties te zien op 10 en 11 juli.

  Het is twaalf uur, de zon brandt en er is geen zuchtje wind. Mensen dragen hoedjes, petjes en zijn ingesmeerd met zonnecrème. Het weekend start in een weiland, nabij De Dommelhoeve in St. Oederode. Het eerste aanzicht: in de schaduw van een parasol staat op een tafel een grote bak met aardbeien, vanmorgen vers geplukt. Er wordt water geschonken aan de bezoekers. Even ben ik in de war: is dit het kunstwerk? Maar nee. Er worden eerst wat praatjes gehouden, ook de zoon van Albert Waalkens is aanwezig. 
    Dan komen er over de weg 8 Limousins aangelopen. Het hek wordt geopend en de twee kunstenaressen drijven ze het weiland in. Iedere koe droeg aanvankelijk een bloemenkrans, maar 6 zijn afgevallen. Het was de bedoeling dat de koeien ze van elkaar zouden opeten, als traktatie. Ook zijn er in het weiland 8 grote cirkels getrokken. De betekenis hiervan is me ontgaan, en het werk zelf maakt het niet duidelijk.
    De koeien kuieren naar een hoek met schaduw, om te grazen.
    ‘Wist je dat een groep koeien altijd 1 leider heeft?’ vraagt een meisje aan me.
 
    We eten van de aardbeien (ze gaan lang niet op) en wandelen naar de boomgaard waar de kunstenaressen ons taart serveren. Ook is er een lunch. Ik heb nog niet veel gewerkt vandaag, maar anderen hebben er al een lange dag op zitten, begrijp ik. Sommige kunstwerken zijn nog niet af, er wordt hard aan gewerkt. 
  
Er wordt een groepsfoto gemaakt van de curators uit Frankrijk, Duitsland en Nederland. De Duitse curator heeft zijn 5-jarige zoontje meegenomen. Matthieu heeft blonde haren. Gedurende het weekend krijgt hij veel aandacht.
    Het gehuurde busje rijdt ons naar de tweede opening. Aan de rand van een populierenbosje zitten de twee kunstenaars met ontblote borst achter een tafel. Erop liggen artikelen gemaakt van opblaaskrokodil: een handtas, riem en portemonnee.
 
    Een van de twee jongens neemt het woord. Hij is gekleed als Crocodile Dundee, met een hoed en een tand aan een touwtje om zijn nek. Tijdens het praatje valt een man in een greppel.
 
    We lopen het bosje in. Daar liggen 77 opblaaskrokodillen (groene, ook wat paarse) verspreidt over vier vakken. Het verwijst naar de tamme wildernis van wat in Nederland ‘natuur’ wordt genoemd, maar waarmee deze Franse kunstenaar (de andere is Nederlands) verbaasd kennis maakte. Het platteland van Het Groene Woud lijkt soms op een aangeharkt tuintje.
 
    De artikelen van opblaaskrokodil worden verkocht. Matthieu mag onder leiding van Crocodile Dundee een krokodil uitzoeken. Om zijn bek wordt een touwtje gebonden, tegen het bijten. ‘Maar hij kan toch helemaal niet bijten?’ vraagt het jongetje zich hardop af.
    Om vijf uur bereiken we de camping De Boskant. Er is een klimmuur, bingohal en zwembad. Achterin, waar de stacaravans ophouden, is een open veld.
    De kunstenaressen die op deze camping verbleven, hebben een eigen camping gebouwd. Het oogt als een plattegrond, op ware grootte. Een blauw zeil is een zwembad, met een parasol erbij. Een zwart zeil is een huis, er staat een trappetje voor. Je kunt hier alles doen wat op een camping gebeurt: badmintonnen, crocket spelen, bier drinken aan een uitklaptafel. De duurdere plekken hebben uitzicht op het veld, de jongeren hebben de rotte plekken bij de ingang. En alles is in hokjes gepast.
 
    Mensen van camping De Boskant komen kijken. Een man zegt: ‘Op welke school leer je zoiets?’    Om zes uur worden alle spullen (tuinkabouters, ligstoelen, planten, kaarsjes) geveild door een duo bekend van rondleidingen in Den Bosch. Ze hebben droge humor en zelfspot; hiermee weten ze 750 euro op te halen voor een goed doel. Ook mensen van De Boskant gaan met spullen terug naar hun caravan.
    Dit werk is verreweg het grootste van de dag en het wekt bewondering dat twee mensen het in zo’n korte tijd hebben kunnen maken. Het werk is exemplarisch voor dit weekend: verschillende werelden komen samen. Boeren, kunstenaars, mensen van de camping, bezoekers.
    De openingen vandaag zijn voorbij. In restaurant Boshuys Hermitage dineer ik met de curators mee. Het begint te regenen en we gaan binnen zitten. Er barst onweer los. Maar koeler wordt het niet.
 
    De Duitse curator vraagt wat voor romans ik schrijf. Op mijn antwoord zegt hij: ‘Als je kinderen krijgt, heb je geen tijd meer voor melancholie.’
    Op weg naar boerderij De Hagelaar, waar ik zal overnachten, stormt het. De weg ligt bezaaid met takken en bladeren. Naast de boerderij is een boom omgewaaid. Golfplaten zijn van het dak gerukt en de kantine staat onder water.
 
    ‘Het water kwam uit de televisie,’ zegt boer Jan, iets wat ik niet begrijp.
    De journalist, zo noemt hij me. ‘De journalist slaapt in de bruidsuite.’ Het is de enige kamer die nog vrij is. Vannacht nog sliep er een bruidspaar. Het is een kamer met bedstee en ligbad. Ik badder een uurtje. Spoel het zweet van mijn rug. Het blijft onweren. Ik zet de ramen op een kier en laat de gordijnen open. De muren lichten door de bliksem op en ik val in slaap.
 
 Het ontbijt zou in een mandje voor de deur worden gezet, maar boer Jan is me vergeten. Dat is begrijpelijk: als ik buiten kom is hij met vrouw en zoon bladeren en takken aan het opvegen. Hij legt zijn hand op mijn schouder en zegt: ‘We gaan eerst voor jouw ontbijt zorgen.’
    Tot half twaalf heb ik tijd voor mezelf. Ook vandaag is het warm. Ik maak een wandeling. De omgewaaide boom is in stukken gezaagd. Het maïsveld van boer Jan is grotendeels verwoest. De stengels zijn geknakt. De windhoos was plaatselijk; een halve kilometer verderop staat het maïs nog rechtop.
 
    Ik zoek een tak als wandelstok, niet erg moeilijk vandaag. Links staat een verlaten boerderij. Ik neem een kijkje. De deuren zijn op slot en ik druk mijn gezicht tegen een raam. De kamers zijn leeg. Alleen een gaskachel en een keukenblok. Achter de boerderij staat een graafmachine.
 
 Het busje dat ons vandaag zal rondrijden arriveert. De oudere chauffeur van gisteren heeft plaatsgemaakt voor een jongen. Deze houdt zich aan de regels: Matthieu mag niet naast hem staan, maar moet op een stil zitten met een riem om.
 
    Om 12 uur leest dichter Serge van Duijnhoven op De Jofrahoeve gedichten voor over Het Groene Woud. Kunstenares Wineke Gartz presenteert haar kunstwerk en gitarist Janis Aarnoutse tokkelt Bach op een Spaanse gitaar. Vooral de muziek is prettig. Het ruisen van de wind door de bomen vermengt zich met het ingetogen gitaarspel. Even is iedereen stil.    Dit was geen onderdeel van het officiële programma en we gaan naar de vierde opening, op Landgoed Velder. Ik ben hier eerder geweest, voor het kunstwerk ‘De plek van het manifest’. Het landgoed is groot, we gaan een andere kant op. In een bos, waar 9 paden samenkomen, wachten de kunstenaars en wat publiek. Van oudsher was dit een tuin naar Frans model en op dit punt werden voor de jacht dieren samengedreven.
    Het kunstwerk is te beschrijven als een ingreep: slechts 6 van de 9 dreven waren zichtbaar, de overige 3 hebben de kunstenaars nu weer opengemaakt. En er is gras gezaaid om de wegen scherper af te zetten. De plek is teruggebracht naar de oude staat.
  
    Een van de twee kunstenaars vertelt dat hier elke dag een oude man op een verrot bankje ging zitten. Ze wilden een nieuwe bank maken in Franse stijl. Ze vroegen aan de man wat hij zou willen. ‘Precies dezelfde bank,’ zei hij. (Gelach in het publiek.) Dus hebben ze de bank opgeknapt en er een rugleuning aan toegevoegd.
    De heer van Boeckel (eigenaar van het landgoed) knipt het lintje door. Geopend! De zigeunerband begint te spelen. Viool, accordeon, gitaar en percussie. Ze spelen op elke dreef een liedje. Ze dragen geen schoenen en kapotte kleren. Een manke hond scharrelt rond.
 
    Dagjesmensen komen aangefietst. Ze kijken verbaasd naar de muzikanten. Sommigen stappen even af.
    De laatste opening vindt plaats in het maïsveld van boer Jan. Hij is erbij aanwezig. De kunstenaressen serveren ijs, zojuist gehaald in Best. De bakken ijs staan in een kruiwagen en worden gekoeld door de hagel van gisteravond, die ze hebben opgeschept en bewaard in een vriezer. Een hagelsteen is zo groot als een kers.
 
     In dit open veld wilden ze geen gesloten kunstwerk maken, maar kale architectuur. Er is voor gekozen om een plateau te bouwen van twee meter hoog, te bereiken via een trap. Vandaar heb je uitzicht over het veld en de omgeving.
  
    De maïs onder het plateau is nog heel.
      Margriet Kemper, een van de Nederlandse curators, geeft een emotioneel afscheidswoord. ‘Wint het leven van de kunst of andersom?’ vraagt ze. Meestal wint het leven, antwoordt ze. Ook vandaag weer. De natuur heeft de oogst van boer Jan verwoest. Daarom is dit werk een goede afsluiter. Geen dichte structuur, maar de blik naar buiten gericht. Naar het leven.

www.robbertwelagen.nl



0 reacties

Geef een reactie
naam:
 
 
Vul in wat je ziet